Veel nieuwbouwwoningen zijn uitgerust met grote glaspartijen die zo veel mogelijk licht naar binnen moeten brengen. Dit zorgt echter voor heel wat strijklicht langs het plafond, wat de afwerkingskwaliteit van dit oppervlak extra in de kijker plaatst.
Stap 1: schrapen
Het oppervlak van een gepleisterd plafond is nooit volledig vlak. Daarom moet u als eerste stap in het afwerkingsproces het plafond zo vlak mogelijk gaan schrapen. Dit 'ontkorrelen' van het plafond gebeurt bij voorkeur met een muurschaaf, een houten blokje of een paletmes.
Stap 2: ontstoffen
Vervolgens moet u het plafond grondig gaan ontstoffen. Stof trekt immers vocht aan. Hierdoor zal de drager van de verf (bv. water) zich in de eerste plaats aan het stof binden en te weinig in het plafondoppervlak trekken. Op die manier kan de verf zich nooit optimaal aan het plafond hechten. Bovendien zal u tijdens het schilderen geconfronteerd worden met een te korte open tijd en een verminderde vloei, wat aanleiding geeft tot het zichtbaar worden van aanzetten en overlappingen.
Stap 3: uitplamuren
Ten derde dient u eventuele putjes of andere onregelmatigheden in het plafond uit te plamuren, bij voorkeur met een plamuur die niet zuigend is.
Stap 4: schuren
Indien u goed geplamuurd hebt, zal u normaal gezien slechts hier en daar moeten bijschuren met wat schuurpapier. Zijn er echter veel bramen te zien, dan is het aan te raden het volledige oppervlak te schuren. Dit kan bv. met een schuurgiraf (te huur bij Verfland) Het is sowieso beter alle geplamuurde delen te schuren, aangezien dit de zuigkracht van het plamuur vermindert.
Stap 5: eerste primerlaag
De ondergrond is nu klaar om geschilderd te worden. Een zuivere, droge en stofvrije ondergrond is een absolute noodzakelijkheid waarvan het belang nooit genoeg benadrukt kan worden! De eerste laag primer die u aanbrengt, moet u zo'n 10% verdunnen. Dit is nodig, omdat een nieuw gepleisterd plafond vaak een poreuze en dus sterk zuigende ondergrond is. Verdunt u de primer niet, dan zal de drager van de primer (bv. water) te veel en te snel in de ondergrond verdwijnen, waardoor de primer zelf zich niet optimaal kan hechten aan het plafondoppervlak.
Stap 6: tweede primerlaag
Respecteer voor de eerste primerlaag een ruim voldoende droogtijd van bijvoorbeeld een halve dag. Hierna dient u een tweede, onverdunde laag primer aan te brengen. (Let wel: in bepaalde gevallen kan één primerlaag volstaan). Net zoals voor de eerste primerlaag kunt u hierbij een primer gebruiken in de kleur van de eindlaag. Spaar niet uit op een grondlaag indien u plafonds schildert! De primer dient om de ondergrond te isoleren (neutraliseren van de absorptieverschillen). Daarbij worden mogelijke risico's op onthechting van de eindlaag uitgesloten en wordt tevens gezorgd voor een langere open tijd van deze eindlaag. Hoe hoger het harsgehalte van de primer, hoe beter de grondlaag isoleert.
Stap 7: de eindlaag
Heel veel 'probleemplafonds' hebben een te gering verfverbruik als oorzaak. Mager schilderen zorgt voor een te korte open tijd en een verminderde vloei waardoor aanzetten en overlappingen duidelijk zichtbaar worden. Hierdoor wordt u gedwongen een tweede eindlaag aan te brengen. De drager van deze tweede eindlaag (bv. water) zal echter te veel en te snel in de eerste eindlaag trekken, waardoor de open tijd nog korter wordt en de vloei nog verder vermindert. Het gevolg is het nog beter zichtbaar worden van aanzetten en overlappingen. Een derde eindlaag dringt zich dan op, maar die zal de zaak alleen maar verergeren. Hoe meer afwerkingslagen u plaatst, hoe meer problemen u creëert. Eén enkele laag dik schilderen is dus de boodschap! Volg daarvoor steeds het aangewezen verbruik zoals u dit kunt aflezen van het etiket of de technische fiche. Bereken op voorhand hoeveel verf u nodig hebt voor de gegeven oppervlakte en zorg er dan ook voor dat u nauwelijks of geen verf over hebt.
|